Toegang tot het recht in het technologietijdperk

Door: Dr. Trix Mulder, lector Juridische Aspecten van Ondernemerschap

Toegang tot het recht: het klinkt als een nobel fundament van de rechtsstaat, maar in de praktijk is het allesbehalve vanzelfsprekend. Van de universiteitsstudent in Groningen tot de ondernemer in Rotterdam, van de ambtenaar in Den Haag tot de zorgverlener in Emmen, overal waar een inwoner, ondernemer of organisatie botst met de grenzen van het recht, komt dezelfde vraag op: kunnen we daadwerkelijk ons recht halen? In Nederland werken we hard aan een gelijk speelveld. De opmars van nieuwe technologie, van artificiële intelligentie (AI) tot smart contracts en alles daartussenin, geeft de toegang tot juridische bescherming tegelijkertijd vleugels en werpt nieuwe vragen op.

Rechtvaardigheid als digitale belofte
Neem het Nederlandse rechtsstelsel: een systeem dat vaart op grondbeginselen als rechtvaardigheid, transparantie en gelijke rechten (Stolker, 2020). Nederlandse rechtbanken zijn toegankelijk, juridisch advies is beschikbaar en procedures zijn duidelijk omschreven. Hoewel het recht formeel voor iedereen toegankelijk is, voelt het in de praktijk lang niet voor iedere inwoner dichtbij. Juridische procedures zijn vaak complex, kostbaar en tijdrovend, waardoor de drempel om naar de rechter te stappen hoog blijft. Digitalisering werd daarom lang gezien als de manier om die drempels te verlagen: via online loketten en digitale dossiers op Rechtspraak.nl en met hulpmiddelen als Rechtwijzer werd juridische informatie en ondersteuning voor veel rechtzoekenden beter bereikbaar (rechtspraak.nl, Raad voor Rechtsbijstand).

En toen kwam AI en ontstond er een nieuwe belofte: kunstmatige intelligentie kan het recht voor iedereen toegankelijk maken vanuit huis. Plotseling krijgt iedereen ‘on demand’ juridische begeleiding, berekent een algoritme het risico van een rechtszaak en filtert software relevante jurisprudentie razendsnel uit duizenden dossiers (o.a. Simshaw, 2025)

Het klinkt als de verwezenlijking van de rechtsstaat, tot je dieper graaft.

Technologie als nieuwe drempel
Toegang tot het recht is namelijk meer dan het kunnen stellen van een vraag aan een chatbot. Denk aan oudere inwoners, mensen met beperkte digitale vaardigheden, of zij die in armoede leven: voor hen betekent digitalisering niet per definitie meer toegang, maar soms juist minder. Daarnaast kan er bias en ongelijkheid in het systeem sluipen wanneer een algoritme is gebouwd op onvolledige of gekleurde data (WRR, 2021). AI-tools kunnen nuance missen en reageren zonder echt begrip van de situatie. Ze simuleren empathie door zinnen als ‘ik begrijp dat...’ te gebruiken, maar voelen niet werkelijk mee. Ook missen ze impliciete context zoals onuitgesproken spanningen, organisatiedynamiek of culturele aspecten die een menselijke adviseur meestal wel oppikt. Bovendien vullen ze hiaten automatisch in op basis van algemene patronen, niet op basis van een specifieke situatie. Dit kan ertoe leiden dat de menselijke maat uit het oog wordt verloren, wat grote gevolgen kan hebben (Socol de la Osa, 2024).

Ook privacy krijgt een nieuwe dimensie. Wanneer juridische kwesties via apps worden besproken, ontstaat de vraag wie toegang heeft tot die data. Kan een techbedrijf invloed uitoefenen op alternatief geschilbeslechting, of zelfs op uitspraken? Joshua Fairfield wijst in zijn boek 'Owned' op het groeiende gevaar van digitale afhankelijkheid en controle over data: wie de code bezit, bezit het recht (Fairfield, 2017).

Eigendom en recht
Fairfield stelt dat eigendom in de digitale wereld een illusie wordt: als je een apparaat koopt, bezit je niet de software erin; wie een digitaal contract aangaat, verliest controle zodra het algoritme zijn wil oplegt. In Nederland zien we dat bijvoorbeeld bij smart contracts en online abonnementsdiensten: een inwoner kan bezitter zijn van een apparaat, maar niet van de logica die de rechten bepaalt (Fairfield, 2017).

Dit betoog van Fairfield is sterk, maar verdient wel enige nuancering. Het Nederlandse en Europese recht probeert juist balans te houden tussen innovatie en rechtszekerheid. Wet- en regelgeving zoals het auteursrecht en de AVG beschermen gebruikers tegen al te dominante techbedrijven (o.a. Autoriteit Persoonsgegevens, 2021). Ook het Europees Hof van Justitie heeft digitale eigendomsvragen al ruim een decennium geleden opgepakt: denk onder andere aan de zaak over ‘verkoop’ van tweedehands softwarelicenties en die over de doorverkoop van digitale boeken (HvJ EU, 2012 en 2019).

Critici van Fairfield menen bovendien dat technologie niet per definitie exclusiviteit creëert. Juist in Nederland omarmen we open source, netneutraliteit en consumentenbescherming. De Nederlandse benadering blijft hierdoor geïnspireerd door collectieve toegankelijkheid en de bescherming van zwakkeren (WRR, 2021).

Een nieuw juridisch kompas
Maar ook in Europa en Nederland is waakzaamheid geboden. De juridische infrastructuur moet niet alleen bijblijven, maar ook anticiperen: hoe voorkomen we dat AI nieuwe drempels opwerpt, of dat techgiganten het recht van individuen overschaduwen? Moeten we algoritmes en AI certificeren of zelfs reguleren? Kunnen we het recht ‘menselijk’ houden in een tijd van digitale zelfredzaamheid?

Praktijkvoorbeelden laten zien dat technologische innovatie rechtvaardigheid kan vergroten, mits er voldoende toezicht, transparantie en menselijke correctie blijft. De digitalisering van het recht is dus geen eindpunt, maar een doorlopend proces van afwegingen. Zolang toegang tot het recht centraal staat, en technologie wordt ingezet als middel in plaats van doel, blijft het Nederlandse rechtssysteem bestand tegen de schaduwkanten van digitale revolutie.

Tot slot
Iedere vooruitgang kent tegenbewegingen, zeker als het om rechtvaardigheid gaat. Europa en Nederland staan voor de uitdaging hun juridische kompas te ijken: tussen vertrouwen in technologie en argwaan tegen diezelfde technologie. Fairfield’s ‘Owned’ biedt een prikkelende analyse, maar de Nederlandse rechtspraktijk laat zien dat technologie noch onverbiddelijk de deur sluit, noch hem vanzelf opent. Toegang tot het recht vereist veerkracht: van inwoners, technologie en juristen.

 

Bronnen:
Fairfield, J.A., ‘Owned: Property, Privacy, and the New Digital Serfdom’, Cambridge University Press, 2017.

Simshaw, D., Interoperable Legal AI for Access to Justice, in: The Yale Law Journal, 2025 (bereikbaar via: https://yalelawjournal.org/article/interoperable-legal-ai-for-access-to-justice)

Socol de la Osa, D.U. en Remolina, N., ‘Artificial intelligence at the bench: Legal and ethical challenges of informing—or misinforming—judicial decision-making through generative AI’, 2024 Data & Policy, volume 6, p. e59.

Stolker, C.J.J.M., Inleiding tot het Nederlandse recht, Kluwer, 2020
Hoofdstuk 1 (“Algemene beginselen van het recht”), paragraaf 1.2 (“Rechtvaardigheid, transparantie en gelijkheid”), pp. 42–47 in Stolker, C.J.J.M., Inleiding tot het Nederlandse recht, Kluwer, 2020.

Hof van Justitie EU 3 juli 2012, C-128/11 (UsedSoft)

Hof van Justitie EU 19 december 2019, zaak C-263/18 (Nederlands Uitgeversverbond en Groep Algemene Uitgevers / Tom Kabinet)

Digitaal communiceren met de rechtspraak: Rechtspraak.nl (https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Paginas/digitaal-communiceren-met-de-rechtspraak.aspx, laatst geraadpleegd 8 december 2025).

Raad voor Rechtsbijstand, Rechtwijzer, (https://www.rechtwijzer.nl, laatst geraadpleegd 8 december 2025).

Autoriteit Persoonsgegevens, ‘ Digitalisering, tegenmacht en de bescherming van persoonsgegevens’, 2021 (https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/uploads/imported/position_paper_digitalisering.pdf, laatst geraadpleegd 8 december 2025)

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, ‘Opgave AI, de nieuwe systeemtechnologie’, 2021 (https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2021/11/11/opgave-ai-de-nieuwe-systeemtechnologie, laatst geraadpleegd 8 december 2025).

Next
Next

Navigeren in het recht